Giuseppe Verdi, een italiaanse componist, die leefde van 1813 tot 1901, een tijd waarin
er in Italië sprake was van grote politieke onrust en onderdrukking. Hij brak door als
opera-componist in 1839 met “Oberto”, waarna nog vele successen zijn gevolgd (b.v.
Nabucco (“het slavenkoor”) en Aida).
Zijn muziek zorgde in die roerige dagen voor een patriottisch gevoel van saamhorigheid
en vrijheid bij de burgers. Deze muziek gecombineerd met sterk dramatische verhaallijnen zorgde er voor dat Verdi uitgroeide tot een nationale volksheld en ’s werelds
grootste componist. Dat zijn muziek nu nog steeds aanspreekt wordt wel bewezen door
de successen die André Rieu, Helmut Lotti en het New London Chorale hebben gehad
met zijn muziek.
Eén van die beroemde opera’s is dus Aida; afgebeeld op onze wagen. Het verhaal
speelt zich af ten tijde van de farao’s. In het paleis van de farao wordt een jonge veldheer op oorlogspad gestuurd om de oprukkende legers van Ethiopië tegen te houden. Hij
wordt heimelijk aanbeden door de dochter van de farao, maar ook door een ethiopische
slavin aan het hof; Aida.
Als de veldheer terug komt van zijn overwinning en met een triomftocht wordt binnengehaald, krijgt hij als beloning de dochter van de farao. Maar de veldheer is verliefd op
Aida. Als de veldheer er achter komt dat Aida de dochter is van de gevangen genomen
koning van Ethiopië, dan besluiten ze met z’n drieën te vluchten. Dit plan wordt ontdekt
door de dochter van de farao, waarop de veldheer gevangen genomen wordt terwijl Aida
en haar vader ontkomen.
Als straf op zijn verraad wordt de veldheer levend ingemetseld, samen met Aida die
vrijwillig terugkeert omdat zij een gezamenlijke dood verkiest boven het leven zonder
haar geliefde. De dochter van de farao rouwt om de dood van haar geliefde veldheer en smeekt om genade bij haar vader.