Een schilderij van de Gele Rijders (G. Braitner),
welke in het Haags museum hangt, is de
inspiratiebron voor het ontwerp van deze
corsocreatie. De Gele Rijders zijn ruiters te
paard, ook wel cavalerie genoemd, welke
een onderdeel was binnen de Nederlandse
strijdmacht in de periode van de negentiende eeuw tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog. Nu vervult dit onderdeel alleen ceremoniële taken binnen de Nederlandse strijdmacht. We verplaatsen ons in een scène
van rond hetjaar negentienhonderd.
De infanterie (soldaten te voet), geëscorteerd door de Gele Rijders (cavalerie), trekken
ergens samen een garnizoenstad binnen. Het is avond, zo rond de klok van negenen;
de tamboers met blazers marcheren richting het centrum van de stad waar zich de
stadsherberg bevind. Het was in die tijd de gewoonte om iedere dag een muzikale
afsluiting te houden. Tevens werd dan ook het signaal “Tap toe” gegeven. De waard(in)
van de stadskroeg kreeg dan een seintje om de “Tap toe” te sluiten en het laatste glas
te vullen. Deze actie werd gedaan om de openbare orde te waarborgen. Zo zie je
maar, er is niets nieuws onder de zon.