Deze wagen toont u drie achtereenvolgende fragmenten uit het volgende sprookje:
Duizenden jaren geleden leefde in China
een prinses met de mooie naam Zilvermaan. Prinses Zilvermaan had een merkwaardige ziekte, ze kon niet slapen. De
hele nacht lag ze door het open venster
naar de maan te staren.
Op een dag, ze was net zeventien, voer ze
met haar prachtige schelp, getrokken door
twee trotse zwanen, over het meer van de
plaatselijke tuin.
Ze was zo verdrietig, hoe kon ze ooit
vriendjes maken als ze altijd zo moe was.
Juist op dat moment zagen Pim en Pan
haar. De twee blauwe maankaboutertjes
hadden het zo met haar te doen. Ze besloten de maanvrouwe om hulp te vragen.
De maanvrouwe zei: “In India woont een
hele knappe prins Amon. Als jullie er voor
kunnen zorgen dat hij verliefd wordt op
Prinses Zilvermaan, zal ze genezen. Als
Zilvermaan zelf te moe is om naar India te
gaan, moeten jullie haar evenbeeld sturen”.
De kleine blauwe kabouters toverden haar
evenbeeld, zo mooi. Ze zetten het op een
wolk en zweefden naar India. Pim en Pan
wipten bij slaapkamer van prins Amon
binnen en vanaf dat moment begon de
prins te dromen. Toen Amon wakker
werd, was hij helemaal van Zilvermaan
vervuld: “Ik moet naar haar toe, ze heeft
me nodig!” Op zijn paard reisde de
Indiaase prins naar China.
Toen hij Zilvermaan zag, was hij verblind
van haar schoonheid. Hij riep uit: “Zilvermaan ik houdt van je….”
Zilvermaan hoorde wat de prins zei en viel
in een vredige slaap. Na drie dagen en
nachten ontwaakte ze, en ja, ze was genezen!
Zilvermaan en Amon gingen meteen in
India trouwen. Hun huwelijksfeest was
vol muziek en kleur. Nog nooit had Zilvermaan zich zo springlevend gevoeld na al
die slapeloze jaren. Ze blijft de blauwe
maankaboutertjes eeuwig dankbaar voor
dit grote geluk.