Aan Ibrahim Bahazir, heil en vrede zij u,
Na een lange tocht door de dorre woestijn, kwam gisteren de kamelenkaravaan
aan in Mabur. Bij stoffenhandelaar Fasid konden we uitrusten van de lange en
vermoeiende reis. De sprankelende fonteinen op de binnenplaats zorgden voor de
nodige verfrissing. Bij Fasid waren ook nog andere kooplieden te gast. Van hen
kochten we enkele rollen purper, zijde en scharlaken. Vandaag bezochten we de
markt van Mabur. De handel verliep voorspoedig, de specerijen gingen met grote
winst van de hand.
Nu we deze brief schrijven, staan we op het punt om te vertrekken uit Mabur. We
zijn van plan om met ezels de bergen over te trekken. Zonder gevaar is dit niet,
want er gaan geruchten over rovers op snelle kamelen.
We verwachten binnen drie weken thuis te zijn, maar de ezels moeten dan wel
goed luisteren naar hun drijvers.
Uw dienaren Mastoufa, Kerim, Zarfa en Yousouf, groeten u.