Er waren eens drie koningszonen. De twee
oudsten trokken na elkaar naar verre landen. De
jongste ging hen zoeken omdat hij nooit meer
iets van hen hoorde. Na veel omzwervingen
bereikt hij een kasteel aan de kust. Op dat kasteel woont een heel lelijke prinses. Zij vertelt
hem dat ze betoverd is net als zijn broers. De
broers zijn veranderd in een arend en een walvis. Door de Kristallen Bol te bemachtigen krijgen zij alle drie weer hun ware gedaante en
schoonheid terug. Maar wanneer hij er niet in
slaagt wordt hij ook betoverd. Ze legt precies
uit wat hij moet doen.
Dan grijpt hij zijn wapens en doodt eerst een
reusachtige slang. Hieruit stijgt een vuurvogel
op met een gloeiend ei waarin zich de
Kristallen Bol bevindt. Een arend, de ene broer,
dwingt de vuurvogel het ei te laten vallen. Zo
snel het de grond raakt vat het vlam. De andere
broer, de walvis, stuwt een grote golf op en
dooft het ei. De jongste broer pakt nu de
Kristallen Bol uit het gebarsten ei. Hij snelt
ermee de trappen van het kasteel op. De betovering is verbroken…